[ OBJET PETIT A ] - [ sodade
@ 10:54:30 ] - QOLASJKIF
kleinood en reanimeren schrijft hij ik vraag me af wie wat hoe en hoe hij met schrijven alleen al adem blaast en rook ik wikkel me in het gordijn mmm ja
Hier sta ik, en daar… daar op die plek stopt het dan. Ze zegden dat het leven is. Ik zag een doos. Misschien, heel misschien zat er een donzig kuiken in. Ik betwijfel het ten zeerste. Kuikens horen niet in dozen. Ik vermoed dus eerder leegte. Ogen over lijnen naar heel ver. Want daar is het. Vandaag moeilijker dan gisteren.
De kop koffie lijkt onneembaar. Drie uur al probeer ik er met mijn lippen te geraken. Al had ik vier paar armen, het lukt niet ze te omhelzen. Mijn buik is roodverbrand en mijn linkerwang. De rechter spaar ik voor U Sekuru, Uw vlakke hand of zo. Zo groot en moeilijk was de koffie nooit. Niet voordien. De Koffie, denk ik nu.
Om vijf uur ’s morgens roer ik soep. Een blik tomaten en een brik tomaten, twee blokjes bouillon, een halve ajuin, gedroogde basilicum en nog wat kruiden. Uitgerekend kost dit € 1, 47 voor anderhalve tot twee liter. De spoeling kan dun zijn. Verse tomaten kosten te veel. Ik was in uw tuin, maar die was kaler dan ik hoopte. Ik at elders een brokje vlees. Een heel klein beetje. De laatste keer, toen ik voor het eerst weer vlees at was ik doodziek. Erna. Natuurlijk. Het was lekker. Dank u. Niet het ziek zijn. Vandaag een dunne imitatie van dat vlees-effect. We zijn niet compatibel.
Kok, ik blijf oefenen.
De koffie blijkt nog steeds een vesting. Dit is nooit eerder gebeurd. De wereld brokkelt af. Ik denk aan Grana Padano en de maan. De doos. Waar is de doos? Het kuiken gaat dood. Er is geen kuiken. Het is al dood.
De tafel lijkt ideaal om op te baren. Of eieren te leggen. Of als kist. Het moet niet moeilijk zijn om een kist te maken van een tafel, als de dood er onder ligt. Het moet eveneens niet al te moeilijk zijn om een mausoleum te maken van een huis, als de dood er in ligt.
Het is onwennig binnen. Maar ook buiten. Zelfs met de gordijnen open. Bedorven kleuren en een zon die haar eigen proces opmaakt.
Ik ontving dit helpend antwoord van de klantendienst naar aanleiding van de recente problemen met de zichtbaarheid / toegankelijkheid van dit / deze blog:
Indien nodig sturen we u zo snel mogelijk een antwoord. Klanttevredenheid is voor ons van groot belang. We verzekeren u ervan dat we uw opmerkingen en vragen gebruiken om onze dienstverlening verder te verbeteren.
'Indien nódig' dus. Afgezien van de verder meer dan krukkige zinsconstructie, kan dat tellen.
En kijk! elke opmerking die je als blogger maakt draagt bij tot een verbeterde skynetservice! Is dàt geen goede zaak?!! Verdient dàt niet beloond te worden.
Laten we toch met zijn allen meehelpen aan een verbeterde skynetservice en zoveel mogelijk opmerkingen maken en vragen stellen. Men zal ons buitengewoon dankbaar zijn!
In deze kapitalistische maatschappij is de klant de hoogste bieder, de grootste investeerder. Dat is niet de skynetblogger. Het zwaartepunt van de service zal m.i. dan ook niet daar gelegen zijn.
Blogs worden grotendeels gelezen via een reader. De reclame waar ze als vehikel voor dienen, wordt op die manier dan ook elegant gebypassed. Heerlijk gegeven!
Natuurlijk staat u niet in de file om deze tekst te lezen. Men weet me onrechtstreeks te melden dat deze blog quasi ontoegankelijk is, om één af andere mij onbekende (technische?) reden. Gezien de afwezigheid van adequate respons dus, deze onmogelijkheid tot adequate respons: via een ontoegankelijke blog vragen of deze blog toegankelijk is.
Leesbaar? Pfff, ik heb al andere methoden toegepast.
[ YA HABIBI TAALA - NOG STEEDS ] - [ sodade
@ 01:01:47 ] - utterly confused
Ik verlang naar die uiterste plooibaarheid en dat ook mógen, dat waarlijk Reële van iets, van vroeger nog en af en toe bijna van nu. (Op de achtergrond zaagt het koor: dat het niet kan. En zo.) Ik reciproceer: “Het lied bestáát ook al wordt het niet gespeeld.”
Er was vertwijfeling en rappe voeten. (Is there anybody home?)De steeg te donker. Zolders, muffe kelders. Brood met schimmel en het vage licht door een kier. Paniek die nooit mocht betijen. Nooit. En toen het huis verlaten was en ik in zijn echo’s riep bekroop me het zuchten dat ooit achterbleef, als even vele poten van spinnen op mijn rug. En niet de spin die schrik aanjoeg – god neen, geen spin – maar dat híj onbereikbaar leek.
Ik wring de verkalkte gewrichten tevergeefs en hoor stemloos je woorden: “Niet méér beweging. Bij paniek doe je…niets”.
Dat je uit mijn plooien konijnen toverde, die oude kinderen waren, schriften van weleer en zelfs een brief met je eigen naam van honderd jaar geleden – hoe kan dat dan? Ik kende je toch niet? – En voor mijn ogen kleuren mengde die ik rijkelijk ontving en hoe je… hoe je… alles zei en plots… niets.
Als in een achtbaan die abrupt stopt, blijft mijn wezen verder draaien, het water, de wijn, of eender wat, walsend tegen de randen van duizend glazen cellen in mijn lijf. Ik kijk… naar het stop-contact.Wees en baas gelijk. En hoe je ook (niet meer) probeert… ik raak niet uitgedoofd, geen stilstand hier.
De attractie blijft. Draaien Je vult me, vervult me, als ik overloop raak ik niet leeg. Je / ik blijft binnendringen. Maar hey… ik nodig je dagelijks uit. Ya habibi taala! Toch? !
Als je aanwezigheid zich kenbaar maakt in de reutel van mijn keel, dichtgeknepen, gevangen, en plots bevrijd zich opengooit over zinnen, scherm en spiegel, zo het panorama vult… een warm en ruim gevoel draden spint van genoegen en de enkels samenbindt tot kleine stappen, de hoeven van het varken in de diepte splijtend het misleidende oppervlak van een waterkleurend tafereel, dan vult zich de zee in mijn buik, trekt de leegte terug over bloedkoraal en rif. Anemonen bloeien stumpend. Het zekere leiden zelfbewust gevolgd, stapt zij niet opzij. De kin omhoog, haar blinde ogen zien 'gelijk hoofd en staart van de medaille. Kant noch saai bekleden haar. En in de verte kijkt… Niet geheel onleesbaar... kijk je, blijf je met oorlof kijken.